Het verhaal:
1912. Haar moeder verdient de kost als naaister, en de rijkste familie van New Orleans neemt veel prinsessenjurken af om hun dochter Charlotte in luxe te laten opgroeien. Ze deelt een droom met haar vader om een eigen restaurant te beginnen en haar vader leert haar dat wensen op de morgenster niet voldoende is om je dromen waar te maken. Jaren verstrijken echter, en haar vader sterft zonder hun droom verwezenlijkt te zien, maar ze heeft genoeg fooien opzij gelegd om de aanbetaling te doen op een oude suikerfabriek, die ze kan opknappen. Ook de droom van Charlotte lijkt uit te komen, als een prins de stad bezoekt om haar tot zijn prinses te maken.
|
De mening van Peter Schouten:
Het beeld van de animatiespeelfilm wordt voornamelijk gevormd door computeranimatie, dus als je een film uitbrengt in een (meer) klassieke vorm van animatie en je werkt voor Disney, dan blijf je experimenteren met stijlen om te proberen iets bijzonders af te leveren. Regisseurs John Clements en Ron Musker verwierven faam met The little mermaid en Aladdin, maar op het experimentele vlak doet deze film meer denken aan Hercules, ook van hun hand, en aan Fantasia 2000. Dat zijn zeker geen publieksfavorieten, en deze keer werkt het wat mij betreft een stuk minder goed. De trailer vond ik wat dat betreft misleidend, omdat deze was opgebouwd uit de schaarse scènes waarin New Orleans tot zijn recht komt, wat Beauty and the beast en Hunchback of Notre Dame voor Parijs deden.
Belangrijker nog dan beeld is wat mij betreft het verhaal. Het is geen bewerking van het klassieke sprookje, maar een losse bewerking van een verhaal geïnspireerd op het klassieke sprookje. Dat is op zich niet erg, want het sprookje zelf stelt niet zoveel voor, maar het kinderboek "The frog princess" van Elizabeth Baker had ook niet echt een sterk plot. Met Aladdin lieten de story artists zien dat ze de fouten uit het verhaal konden verbeteren, en in de vorm van een achtergrondverhaal voor de hoofdpersoon is dat ook wel gelukt. Maar zodra ze in de film in het moeras terecht komen (het belangrijkste deel van het boek) raakt de vaart uit de film en de logica, en de humor schakelt terug naar kleuterniveau (in schril contrast met de voodoo-elementen in de overige delen).
Nu is het een musical, dus uiteraard kan de muziek nog veel goed maken. Alan Menken, de hitmachine uit eerdere films, werd minder geschikt gevonden voor de New Orleans sound, en daarom kwam men bij Randy Newman. Nu heeft die man schitterende liedjes gemaakt voor bijvoorbeeld Toy Story, maar na een middelmatig "Almost there" (waarin de hoofdpersoon haar wensen duidelijk maakt) wordt het alleen maar minder. Natuurlijk is het een lekkere sound, maar muziek maakt nog geen musical.
De middelmaat overheerst dus, en hoewel dat nog steeds beter is dan Ice age 3 of Madagascar 3, zullen kinderen de belangrijkste doelgroep zijn. De standaard Disneykeuring van Alle Leeftijden werd niet gehaald, dus wie zijn kroost naar een film over een serveerster en een kikker wil nemen, bedenke zich wel dat de slechterik in de film de zieltjes van New Orleans offert aan zijn duistere vrienden uit het schaduwrijk.
Alle recensies van Peter Schouten, klik hier!
|